De meeste hippe horecazaken hebben tegenwoordig één ding gemeen: op hun website of social media barst het van de buzzwords als zero-food waste, biodiversiteit, lokaal en circulair.
De trendy chef kookt klimaatvriendelijk. Die fermenteert overgebleven groenten tot kimchi en verwerkt oud brood tot huisgemaakte croutons.
Michelin beloonde de duurzaamheidsinspanningen van elf Nederlandse restaurants met een groene ster. Deze zaken houden hun ecologische voetafdruk klein, beperken hun hoeveelheid afval tot een minimum en gebruiken lokale, seizoensgebonden ingrediënten.
Bakkers, boeren en telers zijn in deze zaken niet langer anonieme toeleveranciers, maar worden benoemd op de menukaart. Chefs werken nauw met hen samen om de beste producten te krijgen. Het liefst zo dichtbij huis als mogelijk, want producten die de wereld over reizen zorgen alleen maar voor onnodige CO2-uitstoot.
Het Utrechtse Héron is zo’n zaak waar de locavoor – iemand die alleen producten uit de buurt of uit eigen land eet – helemaal los kan gaan. Hier serveren ze geen sperziebonen uit Senegal, maar pure producten uit het seizoen. De chefs koken regelmatig met zelf geplukte paddenstoelen of bloemen. Daarnaast lopen er samenwerkingen met tuiniers, molenaars, kaasmakers en boeren uit de regio, die uiteraard alle eer krijgen voor hun bijdrage aan een gerecht.